Het afgelopen weekend was er veel aandacht in de media over het Vlaardingse pleegmeisje. Ook de moeder werd geïnterviewd en haar emotionele aanklacht in de rechtbank was te horen op nu.nl
Allereerst wil ik zeggen dat ik het verschrikkelijk vind dat dit soort dingen gebeuren. En ik denk dat het geen op zichzelf staande gebeurtenis is. De pleegouders worden afgeschilderd als mensen met een stoornis, waardoor zij zich niet konden inleven en de kinderen als objecten beschouwden. De biologische moeder positioneert zich ook als slachtoffer. Toch begon het bij haar. Zij kreeg kinderen waar ze niet voor bleek te kunnen zorgen. Die vervolgens in een pleeggezin werden geplaatst. Het pleeggezin waar al dit verschrikkelijks gebeurde. De media is er tamelijk eenduidig over; de schuld ligt bij de pleegouders.
Naar mijn idee is hier meer aan de hand. Ik vermoed dat zowel de pleegouders als de biologische moeder (en de vader ongetwijfeld ook) zelf als kind getraumatiseerd zijn. Zoals de uitspraak “hurt people hurt people” ( gekwetste mensen, kwetsen mensen) vaak toegeschreven aan de Joodse rabbi Yehuda Berg, zegt mensen zijn geneigd het trauma wat henzelf is overkomen te herhalen. Hetzij als slachtoffer hetzij als dader.
In een gemeenschap als de onze, waar het nucleaire kerngezin heilig is, is er te weinig ondersteuning voor ouders. En als er professionele onderstuning is, wordt deze vaak met de beste bedoelingen en met een soort licht neerbuigende bevoogding, aangeboden. In mei van dit jaar beschreef een straatarts in het nrc hoe meer dan honderd verschillende hulpverleners betrokken waren bij een dakloze moeder en haar kinderen, zonder dat het tot een oplossing kwam.
Niet dat ik zou weten hoe het anders moet. De werkelijkheid is vaak weerbarstig. Dat maakt dat ik me machteloos voel. En met mij waarschijnlijk nog vele anderen. Dus krijgen de pleegouders de schuld en moeten die worden opgesloten. Zodat we met z’n allen weer rustig kunnen slapen. Het kwaad gelocaliseerd en uit de gemeenschap verwijderd.
In haar boek: “Samenlevingen in Balans” beschrijft Marja de Vries hoe bij inheemse volkeren alles georganiseerd is rond moeders en hun kinderen. Moeders en hun kroost blijven bij de familie van de moeder wonen en de vaders trekken daar eventueel bij in. De moeder-kind relatie is de sociale eenheid waaromheen de cultuur zich heeft ontwikkeld. Hierdoor zijn moeders minder afhankelijk van de vader, weten zich in de opvoeding gesteund door de familie (en door de rest van de gemeenschap) en zijn zij op die manier in staat hun kinderen een veilig, stabiel en geborgen opvoeding te geven. Dit maakt de kans op het doorgeven van eventuele trauma’s een stuk kleiner.
Dit staat in schril contrast met de Nederlandse situatie waar zoals de politicoloog Kiza Magendame in het nrc betoogt, de zorg en de opvoeding van kinderen primair als de privéaangelegenheid van ouders wordt gezien.
Met als gevolg dus dat het achter de voordeur gruwelijk mis kan gaan zonder dat iemand hier weet van heeft.
Als we dit echt willen voorkomen dan zullen we onze samenleving anders moeten gaan inrichten. Dan zullen we moet erkennen dat de opvoeding en verzorging van kinderen als de meest waardevolle taak binnen de samenleving als geheel moet worden beschouwd en dat we moeders (en vaders) daarin iedere denkbare ondersteuning moeten geven die ze daarbij nodig hebben. Dan zullen we moeten migreren naar een samenleving in balans.
Uiteindelijk worden we daar allemaal beter van. Tot die tijd doen wij er goed aan zo veel mogelijk onze eigen trauma’s onder ogen te gaan zien en op te ruimen, of we nu kinderen hebben of niet. Oerrtherapie is hier een uitermate geschikte methode voor